POEM: Vliegen (Dutch)

Aanschouw een land dat kan zijn.
Zwevend als over het water,
kijkend naar beneden.

Naar de diepte en haar kloven;
harde lijnen die het landschap besnijden.
Natuurlijke grenzen vormen ze en zijn als torens,

terwijl ze verschijnen boven de horizon, door de wolken.
Ze steken de hemel, het bloedt nu regen.

En het gras juicht, de vogels minnen:
ze worden gered – het nieuwe leven.

Nu, laten we hen beklimmen, haar hoogte beslechten,
zodat zelfs de schepping ons niet meer zal bevechten.

Totdat, wanneer we vallen, we zullen zeggen:
ik ben machtiger dan de vogel, ik zal wel vliegen.

Totdat, wanneer we vallen, we ons zullen troosten:
want vallen zullen we, en vallen zullen we.

Leave a Reply